“Vlak voor ik het toneel op moest: blinde paniek!.”

titel-manon-verhaal

Het verkeerde vak
Eigenlijk heb ik het verkeerde vak gekozen. Ik was namelijk voorbestemd om piloot te worden. Dat komt: mijn vader was piloot en daarbij een storyteller in hart en nieren. Met zijn bravoure en eindeloze stroom heldenverhalen heeft mijn vader eigenhandig de halve familie de luchtvaart in geluld. Niet alleen mijn beide broers, maar ook neven, achterneven, vrienden, vage kennissen… je kan het zo gek niet bedenken. Eén van zijn gevleugelde uitspraken: “zelfs een aap kan leren vliegen”. Dus ik dacht: als een aap het kan, kan ik het beter. En ik besloot op achtjarige leeftijd, een tikkie overmoedig, om de eerste vrouwelijke captain te worden.

Het bleek iets minder makkelijk dan gedacht. Het vliegen zelf leek me nog wel te doen, maar die eindeloze hoeveelheid knopjes… Ik werd er beduidend minder enthousiast van dan de re­st van mijn familie.

Maar goed, ik had het me nou eenmaal voorgenomen en als ik iets in mijn kop heb, heb ik het niet in mijn kont. Dus toen mijn vader vroeg of ik mee wilde naar een airshow in Engeland zei ik natuurlijk volmondig “ja”. We vlogen erheen in een oude Dakota, met van die pronkende ronkende motoren. Het weer was ronduit slecht; ergo, we hadden nogal wat turbulentie. Laten we zeggen dat het voelde alsof we in een soort wasmachine zaten, maar dan twee-en-een-halve kilometer boven de grond. Binnen een kwartier nadat we waren opgestegen was bijna iedereen, zelfs mijn beide pilotenbroers(!), het papieren overgeefzakje met veel overtuiging aan het vullen. Ik keek om me heen, besloot dat vliegen misschien toch niet helemaal mijn ding was, pakte mijn boek en heb de rest van de dag gelezen. Ook tijdens de airshow.

Bij de Chinees
Tegen de tijd dat ik in de brugklas zat had ik nog steeds geen idee wat ik – later als ik groot was- dan wèl moest worden. Ik hield het tijdelijk op ‘laborante’, want dat klonk wel lekker chique en deed in de tussentijd mee met het schooltoneel. Cyrano de Bergerac deden we. Die man met die grote neus en dito spreektalent. Prachtig vond ik het. Ik had welgeteld één zin in het hele stuk, maar was bij elke repetitie aanwezig. Op een avond was ik zó gehypnotiseerd naar een scène van ouderejaars aan het kijken, dat ik pas doorhad dat ik thuis dringend werd gezocht toen ik opeens het rode gezicht van mijn vader in een ooghoek zag verschijnen.
Niet veel later, toen mijn ouders en ik bij de Chinees zaten en ik voor de derde keer die avond (en voor de zoveelste keer die week) alle teksten van het stuk de revue liet passeren, zei mijn moeder: ‘Zeg lieverd, wist je dat je van toneel ook je beroep kan maken?!’ Deze vraag veranderde mijn leven…

Follow your dreams they know the way
Er was alleen één klein, doch behoorlijk relevant dingetje waar ik geen rekening mee had gehouden. Ik bleek namelijk nogal last van faal- en podiumangst te hebben. Vlak voor ik het toneel op moest: blinde paniek. Als het had gekund was ik ter plekke opgelost. Verdwijnen, dat leek de beste optie.

Je zou kunnen denken: ‘’Dan had je misschien toch weer het verkeerde vak gekozen.’’ Alhoewel ik dat zelf ook met enige regelmaat heb gedacht, blijk ik toch echt een doorzetter …Dus met klotsende oksels, knikkende knieën en bibberende lippen ben ik mijn droom gevolgd. Een route die me flink wat blauwe plekken en vele inzichten heeft bezorgd. Ik heb ontdekt dat het verhaal van Cyrano en daarmee mijn eigen angst, een essentieel onderdeel is van wie ik ben en wat ik voor anderen kan betekenen.

Ik ben Manon de Groot-van Gelder: mede-eigenaar van Het Storytellingburo en buro ROOD Training & Theater. Dit is mijn verhaal: Mon Panache. Wat zoveel betekent als: Mijn trots.

Ps. Ik vrees trouwens voor de toekomst van mijn zoontje wiens tweede woordje Vlieftuif is…